|
De knipogende moordenaar 6-20 5-20
Er is een detective van moordzaken, die eventjes de gang op moet. Dan wordt er een moordenaar aangewezen, en kan de detective binnenkomen. De moordenaar knipoogt nu stiekem naar de slachtoffers die dood neervallen. De detective moet er achter zien te komen wie de moordenaar is voordat iedereen dood is.
Commando: PINKELEN! 8+
Dat ken je vast wel. Wat steekwoordjes; hol/bol. Plat/recht. Maar wel eerst commando zeggen anders telt het niet !
Handje klap 5+
Je zit allemaal rond een tafel met je handen plat op tafel. Maar niet gewoon; je linkerhand is links van de rechterhand van je linkerbuur en aan de rechterkant geldt net zoiets. Maar dan andersom. Nu moet men omstebeurt de hand op tafel laten slaan, op het rijtje af, steeds sneller. Sommige mensen hebben er erge moeite mee ! Als ze dat kunnen doe je er een foefje bij; als iemand twee keer slaat (snel) dan draait de richting om. Een hand die zich vergist is af en moet van tafel.
Black Magic 4+ 15
Ik doe aan zwarte magie ! Maar ik verklap lekker niet hoe het werkt, daar moet je zelf maar een keer achter zien te komen !
Zin doorfluisteren 8+ 10
(Jongere doelgroep)
1 persoon fluistert haar buurmens een zin in het oor. Mag maar 1 keer ! Die fluistert wat hij ervan begrepen heeft door aan de volgende. De laatste zegt hardop wat er van de zin over is gebleven. Lijkt vaak nergens meer op !
Bekende Nederlander spel 6+ 20-100
Als je een lange nacht door moet laat je belangstellenden op kleine briefjes de naam van een bekende Nederlander schrijven. Zes per persoon. Je paart de mensen die tegenover elkaar zitten; de een leest voor, de ander moet raden wie er bedoeld wordt. Elke goeie is een punt voor de rader. Na een halve minuut zijn de mensen links van de vorige raders aan de beurt. Net zolang doorgaan tot de briefjes op zijn.
Wiggel-Waggel
Je zit in een kring. Harrie, die het spel uitlegt, heeft 2 voorwerpen in
zijn hand. Hij geeft het aan degene die direkt rechts van hem zit: R1. En
zegt: Harrie: Dit is een wiggel R1: Een wat? Harrie: Een wiggel R1: Oh een
wiggel
Nu geeft R1 het voorwerp aan degene die rechts van hem/haar zit, en zegt
terwijl hij steeds de persoon aankijkt tegen wie hij spreekt:
R1: Dit is
een wiggel
R2: Een wat?
R1: Een wat? (kijkt naar Harrie)
Harrie: Een
wiggel
R1: Een wiggel
R2: Oh een wiggel.
R2 aan R3: Dit is een wiggel
R3: Een wat?
R2: Een wat?
R1: Een wat?
Dit gaat zo door - en het is leuk om het soort echo-effekt te zien en al
de draaiende hoofden: het lijkt een beetje op dominostenen omkukelen.
Nu pakt Harrie het andere voorwerp, en geeft dit aan degene links van hem,
persoon
L1. Harrie: Dit is een waggel
R1: Een wat?
Harrie: Een waggel
R1:
Oh een waggel
ENZOVOORTS.
Harrie moet af en toe heel snel zijn om de verschillende
vragen: "een wat?" te beantwoorden, maar het allerergste is het voor
degene die ongeveer tegenover Harrie zit in de kring, want die krijgt twee
taken, de vragen "Een wat?" doorgeven en de antwoorden "Een
waggel/wiggel"!
Het spel is afgelopen als het een grote spraakverwarring ontstaan is, en
het werkt dus om de tongen los te maken! Iedereen is bij het spel
betrokken.
Je kunt ook afspreken dat het afgelopen is als de wiggel en
waggel elkaar ontmoeten: zie maar, en heel veel plezier ermee!
|